LL 01
Geluidsoverlast op scholen en kinderdagverblijven

Lawaai op scholen en kinderdagverblijven is een wijdverbreide factor van overlast tijdens de les en het groepsleven. Dit probleem werd in de afgelopen jaren door het ontbreken van gevaren- en overlastanalyses erg verwaarloosd. Pas recente onderzoeksresultaten geven informatie over de aard en omvang van geluidsoverlast en trekken behoorlijk de aandacht. Het geluidsniveau overstijgt de vastgestelde limieten voor werkplaatsen met mentale werkzaamheden meerdere malen.

Het "Psycho-akoestiek onderzoek van geluidsoverlast" van de Universiteit Oldenburg, Duitsland bewijst, dat geluidsoverlast het leergedrag en cognitie van kinderen beïnvloedt: lawaai beïnvloedt zowel de verbale communicatie als ook oplettendheid en geheugenfunctie. Voor kinderen is het veel moeilijker onder deze belastende voorwaarden te leren.

Bovendien is het een onbetwist feit, dat lawaai agressie bevordert. Door middel van onderzoek is bewijs geleverd van de duidelijke samenhang tussen geluidsniveau en lichamelijke stress reacties, zowel bij leerkrachten als bij leerlingen.

Het gemiddeld gemeten geluidsniveau in klaslokalen en kinderdagverblijven heeft een duidelijk belastende invloed op stembanden, concentratie en oplettendheid. Het gevolg is foutieve communicatie, storing van cognitieve processen en verhoogde gevoeligheid voor overlast. Verder worden de leerresultaten beïnvloedt. Met stijgend geluidsniveau nemen de verstoringen toe. Belemmering van communicatie en taalkundige oriëntatie van kinderen heeft verstoring of vertraging van hun taalontwikkeling tot gevolg. Kinderen kunnen onvolledig verstane woorden minder goed aanvullen dan volwassenen. Zij moeten meer cognitieve capaciteit aanwenden ter decodering van het gesprokene.

Communicatiestoringen leiden tot vervroegde vermoeidheid en tot vermindering van de reserves voor het onthouden op korte termijn en het mentale verwerken van informatie. Bovendien hebben kinderen bij geluidsoverlast de neiging een beperkte woordenschat en eentonige taal te gebruiken. Het voor de taalverwerving belangrijke taalritme en het beklemtonen worden daardoor in mindering gebracht. Een goede verstaanbaarheid is voor kinderen in het kader van taalverwerving essentieel.

De kwetsbaarheid van het menselijke gehoor is geen constante. Voor volwassenen geldt bij geluidsoverlast een limiet van 85 dB (A). Hoger geluidsniveau bedreigt het hoorvermogen. Bij kinderen ligt deze grens 10 db lager. In scholen van een Bremer studie in opdracht van de BAuA in 2004 werdt tijdens de les gemiddeld tussen 60 en 85 dB (A) gemeten. Dit geluidsniveau is duidelijk te hoog.

Bij kinderen en jeugdigen worden vaker gehoorsminderingen vastgesteld. In Duitsland is gebleken dat tijdens de schoolgaande jaren al bij 5 tot 10 procent van de jeugd gehoorverlies optreedt. In een persbericht van het Duitse Bondsministerie voor gezondheid en sociale verzekering van 19-04-2005 wijst minister Ulla Schmidt erop, dat een kwart van alle jeugdigen een irreversibele gehoorbeschadiging heeft.

Het lawaailicht – pedagogische interventie

Vermijding van lawaai tijdens de les begint met organisatorische en pedagogische concepten die zich ten doel stellen de leerlingen te sensibiliseren. Leerkrachten zijn multiplicatoren die een belangrijke maatschappelijke bijdrage kunnen leveren. Zij stellen samen met hun leerlingen strategieën op, om al tijdens de les effectief en duurzaam tegen geluidsoverlast op te treden. Vermindering van lawaai is niet mogelijk zonder de kinderen hierbij te betrekken. Het is heel belangrijk dat kinderen eigen ervaringen opdoen. Alleen daardoor is op lange termijn en duurzaam sensibilisatie van de geluidsoverlast problematiek te bereiken.

Wij hebben het lawaailicht ontwikkeld om de personen te overtuigen. Het lawaailicht wijst door middel van optische en akoestische signalen op overtreding van een bepaald geluidsniveau. Een test tijdens een les van 45 minuten heeft interessante resultaten opgeleverd: bij een door de leerlingen zelf opgelegde grens van 70 dB waren er 170 overtredingen tijdens 45 minuten. Dat zijn gemiddeld 3,8 overtredingen per minuut. En verder: kinderen hadden niet het gevoel, dat de les te luidruchtig was!

Een tweede test tijdens een les met groepswerk toonde 396 overtredingen aan; gemiddeld 8,8 overtredingen per minuut. Deze les werd door iedereen als te luid bevonden.

Bij de derde test werd individueel gewerkt en afgesproken was een absolute. Om onder de 70 db te blijven was hier geen enkel probleem. Echter, duidelijk achtergrondgeluid was goed te horen: hoesten, ritselend papier etc. Achtergrondgeluid werd dus pas duidelijk na het wegvallen van taal.

De testlessen maakten wel indruk op de deelnemers. Uitsluitend eigen ervaring kan blijvend overtuigen. Het betrekken van de leerlingen bij de metingen van het geluidsniveau, bij het behandelen van lawaai als stressfactor en bij het realiseren van maatregelen overtuigde alle deelnemers.

<< Terug <<